Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
‘Uitbuiting’ is in de wet niet gedefinieerd, anders dan door de opsomming in het tweede lid van een aantal vormen van uitbuiting, waaronder uitbuiting van een ander in de prostitutie. De vraag of - en zo ja, wanneer - sprake is van ‘uitbuiting’ in de zin van de onderhavige bepaling, is niet in algemene termen te beantwoorden, maar is sterk verweven met de omstandigheden van het geval (vgl. HR 25 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:1026).
Het op deze - niet onbegrijpelijke - vaststellingen gebaseerde oordeel van het hof dat het door de verdachte medenemen van [slachtoffer 1] vanuit Nederland naar Duitsland is begaan onder omstandigheden waarbij uitbuiting kan worden verondersteld, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is ook niet onbegrijpelijk.
3.Beslissing
19 mei 2020.