ECLI:NL:HR:2016:472

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 maart 2016
Publicatiedatum
23 maart 2016
Zaaknummer
15/00403
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 5.1.e EVRM
Verwijzingen
4 uitgaand · 8 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in zaak verkrachting en TBS-weigering

De verdachte, geboren in 1984, stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 december 2014 in een strafzaak betreffende verkrachting en de toepassing van TBS. Namens de verdachte diende advocaat R.J. Baumgardt de middelen van cassatie in. De Advocaat-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Tevens werd verwezen naar de problematiek rond de weigerende observandus en het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 3 maart 2015 (Constancia vs. Nederland).

Het arrest werd uitgesproken door de vice-president A.J.A. van Dorst en raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan op 22 maart 2016. Het beroep werd verworpen en het arrest van het gerechtshof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

22 maart 2016
Strafkamer
nr. S 15/00403
JH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 december 2014, nummer 22/005914-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1984.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-presiden A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en H.A.G. Splinter-van Kan, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 maart 2016.