Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het eerste middel
4.Slotsom
5.Beslissing
4 juli 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een jeugdige verdachte die in hoger beroep is veroordeeld voor diefstal met geweld en woninginbraak. De verdediging verzocht het Hof om het horen van vijf getuigen die verklaringen hadden afgelegd in eerste aanleg, om de betrouwbaarheid van die verklaringen te toetsen en tegenstrijdigheden aan te kaarten.
Het Hof wees dit verzoek af met het oordeel dat het verzoek te algemeen was gemotiveerd en dat de verdediging door het niet horen van de getuigen niet redelijkerwijs in haar belangen was geschaad. De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek werd afgewezen, met name doordat het Hof niet duidelijk maakte op welke verweren het doelde en waarom de rechtbankoverwegingen relevant waren.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest voor zover het betreft de bewezenverklaring en strafoplegging in de twee tenlastegelegde feiten en wijst de zaak terug aan het Hof Amsterdam voor hernieuwde behandeling. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt gedeeltelijk vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.