Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
12 september 2017.
Hoge Raad
In deze strafzaak stelde de verdachte beroep in cassatie in tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verstek tegen hem was verleend omdat hij niet aanwezig was bij de zitting. Het hof oordeelde dat verdachte vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn, mede omdat hij niet was verschenen terwijl hij kort voor de zitting in het gerechtsgebouw aanwezig was.
De Hoge Raad herhaalt de relevante jurisprudentie dat bij twijfel over vrijwillige afstand van het aanwezigheidsrecht het onderzoek geschorst moet worden om de verdachte alsnog in de gelegenheid te stellen aanwezig te zijn. Uit het proces-verbaal bleek dat het hof niet wist of verdachte in het gerechtsgebouw was voor deze zaak of een andere, en dat het vermoeden van een geestelijke stoornis bestond volgens art. 509a Sv.
Daarom was het oordeel van het hof dat verdachte vrijwillig afstand had gedaan niet zonder meer begrijpelijk. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting. Het tweede middel behoeft geen bespreking.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor nieuwe berechting.