ECLI:NL:PHR:2019:342
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onbegrijpelijke vaststelling aanwezigheidsrecht verdachte
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van 6 dagen wegens het niet voldoen aan een gebiedsverbod en wees een vordering tot tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke straf af. Verdachte was niet verschenen op de zitting van 27 september 2017, waarop zijn raadsvrouw, die de zaak recent had overgenomen en niet gemachtigd was, een aanhoudingsverzoek indiende. Het hof wees dit verzoek af, stellende dat de oproeping correct was betekend aan een huisgenoot en dat verdachte op de hoogte was van de zitting, waardoor zijn aanwezigheidsrecht was komen te vervallen.
De advocaat-generaal betoogde dat het oordeel van het hof onbegrijpelijk was omdat de oproeping niet in persoon was betekend en het hof geen bijzondere omstandigheden had genoemd die aannemelijk maakten dat verdachte van de zitting wist. De Hoge Raad overweegt dat de belangenafweging van het hof weliswaar kenbaar is gemaakt, maar dat de vaststelling dat verdachte op de hoogte was van de zitting onbegrijpelijk is. De raadsvrouw had de zaak pas kort voor de zitting overgenomen, wist niet van de zittingsdatum en kon verdachte niet bereiken.
De Hoge Raad oordeelt dat de overige overwegingen van het hof onvoldoende gewicht in de schaal leggen om het belang van de strafvordering te laten prevaleren boven het aanwezigheidsrecht van verdachte. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen naar het hof voor hernieuwde behandeling, waarbij het aanwezigheidsrecht en de omstandigheden van de advocaatwissel adequaat moeten worden betrokken.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.