Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beoordeling van het eerste middel
5.Beslissing
19 september 2017.
Hoge Raad
Op 30 april 2012 veroorzaakte verdachte op de A2 bij Ittervoort een verkeersongeval door zijn auto abrupt tot stilstand te brengen op de rechterrijstrook van een onverlichte autosnelweg, na een verkeersruzie. Hierdoor moest de achter hem rijdende auto ook stoppen, waarna een derde auto niet tijdig kon remmen en op de stilstaande voertuigen botste. Drie inzittenden raakten zwaar gewond.
De rechtbank en het hof stelden vast dat verdachte bewust en zonder noodzaak zijn auto stopzette en uitreed om verhaal te halen. De verdediging voerde aan dat de achteropkomende bestuurster onvoorzichtig had gehandeld, maar dit werd verworpen omdat de schuld van verdachte onmiskenbaar was. Het hof kwalificeerde het gedrag als roekeloosheid in de zin van artikel 6 in Pro verbinding met artikel 175 Wegenverkeerswet Pro 1994, de zwaarste schuldvorm.
In cassatie bevestigde de Hoge Raad deze kwalificatie en het oordeel van het hof. De Hoge Raad benadrukte dat roekeloosheid een uitzonderlijke, zwaarwegende vorm van schuld is die een nadere motivering vereist, welke hier voldoende was gegeven. Het beroep van verdachte werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld voor roekeloosheid wegens abrupt stilzetten van zijn auto op een onverlichte snelweg, wat leidde tot een verkeersongeval met meerdere gewonden.