Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Afdrachtvermindering onderwijs
Wettelijk kader
BNB2016/82). [16]
3.registers met erkende onderwijsinstellingen
BNB2016/82 oordeelde de Hoge Raad dat niet is vereist dat een volledige beroepsopleiding is gevolgd: [26]
5.Begunstigend beleid
BNB2004/392 heeft de Hoge Raad uitgelegd hoe de bewijslast moet worden verdeeld in het geval een belastingplichtige zich op het bestaan begunstigend beleid beroept: [30]
BNB2008/4 betrof een belastingplichtige die – met verwijzing naar de ‘Vinkenslagregeling’ – een beroep deed op het gelijkheidsbeginsel: [31]
6.Op de zaak betrekking hebbende stukken
BNB2008/161 dient een stuk, indien voldoende gemotiveerd is gesteld dat het stuk van enig belang kan zijn (geweest) voor de besluitvorming in die zaak, in beginsel te worden overgelegd: [33]
BNB2015/129 een overzicht van de jurisprudentie met betrekking tot op de zaak betrekking hebbende stukken: [35]
7.Beschouwing WVA
met betrekking tot de beroepsopleidingen[cursivering toegevoegd; A-G] waarvoor eindtermen zijn vastgesteld en de examinering die door de exameninstellingen wordt verzorgd”. [38] Ik leid daaruit af dat de in het CREBO opgenomen opleidingen kwalificerende ‘beroepsopleidingen’ in de zin van artikel 7.2.2 WEB zijn, waarbij is getoetst of het praktijkdeel, bij een beroepsbegeleidende leerweg, 60% of meer van de studieduur omvat. [39] Dit blijkt mede uit de uitlatingen op de website van de Rijksoverheid en de website van DUO. [40] Artikel 6.4.1 WEB belast de minister van OCW met de aanleg en het beheer van het register. [41] Dat hierbij de eigen expertise van deze dienst van wezenlijke betekenis is, is vanzelfsprekend.
BNB2016/82 is niet vereist dat de gehele beroepsopleiding wordt gevolgd. [46] Voldoende is dat de beroepspraktijkvorming die als zodanig deel uitmaakt van de beroepsbegeleidende leerweg van een van de beroepsopleidingen, wordt gevolgd. De belastinginspecteur is in dat geval de bevoegdheid gelaten om te beoordelen of de beroepspraktijkvorming van
dieberoepsopleiding is gevolgd. De inhoudingsplichtige dient dit aannemelijk te maken.
8.Behandeling van de middelen
Eerste middel
BNB2004/392, op de weg van belanghebbende om te wijzen op vergelijkbare gevallen die een gunstiger behandeling ten deel is gevallen dan zijzelf heeft ondervonden. [51] Belanghebbendes stelling is in zoverre juist dat hetgeen zij dient aan te voeren, het vermoeden moet rechtvaardigen dat begunstigend beleid is gevoerd.
BNB2008/161 kan géén doorslaggevende betekenis toekomen aan de betwisting door de inspecteur van het standpunt dat een bepaald aan hem ter beschikking staand stuk op de zaak betrekking heeft. [55] Die betwisting kan, vanwege het onbekend zijn met de inhoud van het stuk door de rechter en belastingplichtige, (a) niet door de belastingplichtige worden weerlegd, en (b) niet door de rechter op juistheid worden getoetst. [56]