Uitspraak
beiden wonende te [woonplaats],
gevestigd te Amsterdam,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 september 2017.
Hoge Raad
In deze zaak hebben de ouders cassatieberoep ingesteld tegen meerdere beschikkingen van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden betreffende de uithuisplaatsing van hun minderjarige kind. De ouders verzochten tevens om een contra-expertise op grond van artikel 810a Rv, wat door de rechter werd afgewezen.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beschikkingen van de rechtbank Gelderland en het hof Arnhem-Leeuwarden en constateert dat de klachten van de ouders niet leiden tot cassatie. Gezien artikel 81 lid 1 RO Pro is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen of niet-ontvankelijk te verklaren, waarop de Hoge Raad het beroep verwerpt. De beschikking is in het openbaar uitgesproken door raadsheer G. de Groot.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de ouders wordt verworpen en het verzoek om contra-expertise afgewezen.