ECLI:NL:HR:2017:2490

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2017
Publicatiedatum
26 september 2017
Zaaknummer
16/02560
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand · 6 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering afwijking bewijsuitsluiting

De Hoge Raad heeft op 26 september 2017 uitspraak gedaan in een cassatieprocedure tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag. Het hof had verdachte veroordeeld op basis van aangifte en herkenningen door politieambtenaren van een foto van degene die met een gestolen pinpas geld had opgenomen. De verdediging had een bewijsuitsluiting (uos) aangevoerd, verwijzend naar jurisprudentie waarin herkenningen aan de hand van zogenaamde 'stills' als onvoldoende betrouwbaar werden beoordeeld.

Het hof besloot echter af te wijken van dit bewijsuitsluitingsstandpunt zonder de in art. 359, tweede lid, tweede volzin Sv vereiste specifieke motivering te geven. De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof voor een nieuwe berechting.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het bestreden arrest. De zaak is terugverwezen naar het Gerechtshof Den Haag om op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan. Hiermee wordt het belang van een deugdelijke motivering bij afwijking van een bewijsuitsluiting benadrukt.

Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd en zaak terugverwezen voor nieuwe berechting wegens onvoldoende motivering bij afwijking bewijsuitsluiting.

Uitspraak

26 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/02560
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 april 2016, nummer 22/004442-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.J. Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat het Hof in strijd met art. 359, tweede lid tweede volzin, Sv heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van een door de verdediging naar voren gebracht uitdrukkelijk onderbouwd standpunt.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal is het middel terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 september 2017.