Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de middelen
3.Beslissing
3 oktober 2017.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot moord, poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een machinegeweer.
De advocaat van de verdachte heeft middelen van cassatie ingediend, waaronder klachten over het bewijs en procedurele aspecten zoals het niet voorlezen van de schriftelijke vordering van de Advocaat-Generaal en het ontbreken daarvan in de processtukken.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
Daarmee wordt het beroep verworpen en blijft het arrest van het gerechtshof in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.