Conclusie
[verdachte]
Medeplegen
Parket bij de Hoge Raad
Op 30 april 2012 schoot verdachte samen met anderen op de woning van het slachtoffer te Terneuzen, met het oogmerk het slachtoffer van het leven te beroven. Het hof 's-Hertogenbosch veroordeelde verdachte op 6 juni 2016 tot 15 jaar gevangenisstraf voor medeplegen van poging tot moord, poging tot doodslag en het voorhanden hebben van een machinegeweer.
De verdediging stelde onder meer dat de schriftelijke vordering van de advocaat-generaal niet correct was voorgelezen en dat het bewijs voor medeplegen onvoldoende was. De Hoge Raad oordeelde dat het proces-verbaal van de terechtzitting duidelijk maakte dat de eis van 15 jaar gevangenisstraf ter zitting was gedaan, ondanks dat een schriftelijke vordering van vier jaar onder de stukken was gevoegd.
Verder stelde de verdediging dat het hof onvoldoende acht had geslagen op het onderzoek in eerste aanleg, maar de Hoge Raad stelde vast dat het hof wel degelijk kennis had genomen van de eerdere verklaringen. Ten slotte verwierp de Hoge Raad de klachten over het bewijs van medeplegen, waarbij het hof aannam dat verdachte in bewuste en nauwe samenwerking met anderen handelde, ook als niet alle schutters met een vuurwapen schoten.
De Hoge Raad vond geen reden tot vernietiging en verwierp het cassatieberoep, waarmee de veroordeling tot 15 jaar gevangenisstraf onverminderd bleef staan.
Uitkomst: Hoge Raad verwierp cassatieberoep en bevestigde 15 jaar gevangenisstraf voor medeplegen poging moord en doodslag.