Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
10 oktober 2017.
Hoge Raad
De verdachte stelde beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Voorafgaand aan de terechtzitting van 17 februari 2016 verzocht de raadsman van de verdachte om uitstel van de behandeling wegens onvoldoende voorbereidingstijd en een andere zitting.
Het hof heeft echter geen uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing gegeven op dit verzoek tijdens de terechtzitting, terwijl de raadsman niet aanwezig was. De Hoge Raad oordeelt dat dit een schending is van de procesregels die vereisen dat op een dergelijk verzoek ter terechtzitting beslist wordt, met inachtneming van het hoor en wederhoor.
Het ontbreken van een beslissing op het verzoek tot uitstel leidt tot nietigheid van het onderzoek en de daarop gebaseerde uitspraak. De enkele omstandigheid dat de verdachte zonder raadsman verscheen, verandert hier niets aan.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe berechting en beslissing, conform de vereiste procesregels.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens het ontbreken van een uitdrukkelijke en gemotiveerde beslissing op het verzoek tot uitstel, en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.