ECLI:NL:HR:2017:2814

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 november 2017
Publicatiedatum
7 november 2017
Zaaknummer
15/02927
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 353 SvArt. 80a RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep inzake teruggave in beslag genomen anabole steroïden

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over de bewaring van in beslag genomen dozen met anabole steroïden en hormonen. Het hof had de bewaring gelast om het Openbaar Ministerie de gelegenheid te geven de voorwerpen aan de rechtmatige eigenaar terug te geven of een vordering tot onttrekking aan het verkeer in te dienen.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof de hoofdregel van artikel 353 Sv Pro miskend heeft door niet te onderzoeken of verdachte als rechthebbende op de voorwerpen kan gelden. Desondanks is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof het beslag niet heeft beëindigd en verdachte via een klaagschrift teruggave kan vorderen.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a RO niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest bouwt voort op eerdere jurisprudentie, waaronder ECLI:NL:HR:2014:1444.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof het beslag niet heeft beëindigd en verdachte onvoldoende belang heeft bij cassatie.

Uitspraak

7 november 2017
Strafkamer
nr. S 15/02927
AJ
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 3 juni 2015, nummer 20/003505-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1964.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, een schriftuur ingediend. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep met toepassing van art. 80a RO niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien art. 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur-Generaal – het beroep niet-ontvankelijk verklaren.

3. Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
7 november 2017.