Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3. Beslissing
7 november 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch over de bewaring van in beslag genomen dozen met anabole steroïden en hormonen. Het hof had de bewaring gelast om het Openbaar Ministerie de gelegenheid te geven de voorwerpen aan de rechtmatige eigenaar terug te geven of een vordering tot onttrekking aan het verkeer in te dienen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de hoofdregel van artikel 353 Sv Pro miskend heeft door niet te onderzoeken of verdachte als rechthebbende op de voorwerpen kan gelden. Desondanks is het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof het beslag niet heeft beëindigd en verdachte via een klaagschrift teruggave kan vorderen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal was dat het cassatieberoep met toepassing van artikel 80a RO niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De Hoge Raad volgt deze conclusie en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Dit arrest bouwt voort op eerdere jurisprudentie, waaronder ECLI:NL:HR:2014:1444.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het hof het beslag niet heeft beëindigd en verdachte onvoldoende belang heeft bij cassatie.