Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te [plaats],
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
1 december 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de beroepsaansprakelijkheid van een advocaat centraal, waarbij eiser een vrijwaringsprocedure had ingesteld tegen verweersters. De procedure betrof onder meer de vraag of er sprake was van causaal verband en of de omkeringsregel van toepassing was op de gestelde kansschade.
De feiten en het geding in de lagere instanties zijn vastgelegd in het vonnis van de kantonrechter te Roermond en het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, waarbij verweersters hun verwerping van het beroep handhaafden. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof bevestigd.