ECLI:NL:HR:2017:3121
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens ontbreken mededeling aan benadeelde partij in hoger beroep poging doodslag
De Hoge Raad behandelde het cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden in een strafzaak betreffende poging doodslag. De benadeelde partij was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep. Volgens art. 413, tweede lid, Sv dient de benadeelde partij schriftelijk te worden geïnformeerd over de datum van de zitting, zodat zij haar belangen kan behartigen.
Het hof had moeten onderzoeken of deze mededeling was gedaan. Uit het proces-verbaal en de stukken bleek niet dat de mededeling aan de benadeelde partij was gedaan. Het hof had het onderzoek moeten schorsen als dat niet het geval was, tenzij de benadeelde partij zelf was verschenen, wat niet het geval was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit niet had onderzocht en daarom de bestreden uitspraak gedeeltelijk moest worden vernietigd. De zaak werd terugverwezen naar het hof voor een nieuwe berechting inzake de beslissing op de vordering van de benadeelde partij en de strafoplegging. Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Arrest van het hof gedeeltelijk vernietigd wegens ontbreken van onderzoek naar mededeling aan benadeelde partij, met terugwijzing voor nieuwe berechting.