Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 september 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de verdachte cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch. Het middel klaagde dat het hof in strijd met artikel 422, tweede lid, Sv slechts had vermeld dat het arrest was gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting, zonder te specificeren op welke terechtzitting het oog was gericht.
De Hoge Raad overweegt dat ingevolge artikel 422, tweede lid, Sv de beraadslaging in hoger beroep dient te geschieden naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg, zoals blijkt uit het proces-verbaal. Echter is geen rechtsregel die het hof verplicht om in het arrest expliciet te vermelden dat beraadslaging heeft plaatsgevonden naar aanleiding van beide onderzoeken.
Daarom faalt het middel en wordt het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad merkt op dat klachten als deze in voorkomende gevallen ook kunnen worden afgedaan met toepassing van artikel 81, eerste lid, RO of artikel 80a RO.
Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 4 september 2018.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen omdat het hof niet verplicht is expliciet te vermelden dat beraadslaging plaatsvond naar aanleiding van beide terechtzittingen.