ECLI:NL:PHR:2018:844
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontucht met minderjarige ondanks vrijwilligheid en gering leeftijdsverschil
In deze zaak werd verdachte door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens ontuchtige handelingen met een 15-jarig meisje tijdens een schoolwerkweek in de Belgische Ardennen. De handelingen bestonden uit seksueel binnendringen en andere seksuele gedragingen die het slachtoffer moest ondergaan in een kleine ruimte, waarbij het initiatief uitging van verdachte en medeverdachten.
De verdediging voerde in cassatie aan dat de seksuele handelingen vrijwillig waren en dat het geringe leeftijdsverschil en de hedendaagse seksuele moraal het ontuchtige karakter ontkrachten. De Hoge Raad overwoog dat art. 245 Sr Pro juist bescherming biedt aan jongeren die niet of onvoldoende in staat zijn hun seksuele zelfbeschikkingsrecht te bewaken, ook tegen verleiding vanuit henzelf.
Het hof had geoordeeld dat de handelingen in strijd waren met de sociaal-ethische norm omdat het slachtoffer de verdachten niet of nauwelijks kende, geen affectieve relatie had, de handelingen zeer vergaand en kort na elkaar plaatsvonden en het slachtoffer na het incident op school werd uitgemaakt voor hoer en slet. De Hoge Raad vond dit oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd en verwierp het cassatieberoep.
De uitspraak bevestigt dat vrijwilligheid en gering leeftijdsverschil niet automatisch het ontuchtige karakter wegnemen, vooral wanneer sprake is van ongelijkwaardige machtsverhoudingen en kwetsbaarheid van het slachtoffer. De zaak illustreert de reikwijdte van art. 245 Sr Pro ter bescherming van jeugdigen tegen seksuele uitbuiting.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; het hof heeft het ontuchtige karakter van de seksuele handelingen met het minderjarige slachtoffer terecht vastgesteld.