Conclusie
met iemand van wie hij weet dat zij in staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeert, handelingen plegen die bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam” en het onder 2 bewezenverklaarde “
met iemand die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd, waarvan éénmaal in eendaadse samenloop met het onder 1 bewezenverklaarde en hiervoor gekwalificeerde feit”, veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 200 uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door 100 dagen jeugddetentie, met aftrek van het voorarrest, en tot een geheel voorwaardelijke jeugddetentie voor de duur van vier maanden, met een proeftijd van twee jaren. Verder heeft het hof de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toegewezen, tot een bedrag van € 5.360,20, en een schadevergoedingsmaatregel opgelegd, een en ander zoals in het bestreden arrest omschreven.
4.Het eerste middel
hij in de periode van 4 juni 2016 tot en met 5 juni 2016, te Amsterdam, met [slachtoffer] (geboren in 2003) van wie hij, verdachte, wist dat zij in staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeerde en niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen heeft gepleegd. die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van voornoemde [slachtoffer] , immers heeft hij, verdachte, zulks terwijl hij wist dat voornoemde [slachtoffer] onder invloed van alcohol verkeerde en met verminderd bewustzijn in bed lag, zijn penis in de vagina en mond van voornoemde [slachtoffer] gestopt en vervolgens heen en weer bewogen en zijn vinger(s) in de vagina van voornoemde [slachtoffer] gebracht”
1. Een proces-verbaal van bevindingen met nummer PLI300-2016121094-42 van 7juni 2016, in de wettelijke vorm opgemaakt door de bevoegde opsporingsambtenaren [verbalisant 1] en [verbalisant 2] [doorgenummerde pagina’s 1-4].
De raadsman heeft — zoals weergegeven in zijn pleitnotities — vrijspraak bepleit omdat er onvoldoende bewijs is dat [slachtoffer] ten tijde van de seksuele handelingen in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde. Dit verweer wordt wat betreft de tweede keer dat de verdachte in de tenlastegelegde periode seks had met [slachtoffer] (op elke seksuele handelingen de tenlastelegging en bewezenverklaring zien) weerlegd door de inhoud van de bewijsmiddelen. Ten overvloede overweegt het hof dat het een feit van algemene bekendheid is dat een 13-jarige na het drinken van meerdere glazen whisky in een staat van verminderd bewustzijn zal zijn. De verdachte was zich hiervan bewust, maar dit heeft hem er niet van weerhouden om (opnieuw) seksueel binnen te dringen bij [slachtoffer] .”
wist dat zij in staat van verminderd bewustzijn en lichamelijke onmacht verkeerde en niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden” geacht worden aldaar te zijn gebezigd in dezelfde betekenis als daaraan toekomt in de betreffende bepaling.
Hij die met iemand van wie hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeert, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens lijdt dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.”
“bad” kunt gaan. Aangeefster [slachtoffer] heeft verklaard zich na het eerste glas whisky al duizelig te hebben gevoeld, dat ze uiteindelijk in totaal vijf glazen whisky heeft gedronken en dat de verdachte haar tussendoor shisha liet roken. Verder blijkt uit haar verklaring dat zij op het moment dat [verdachte] seks met haar had, voelde dat ze steeds dieper in slaap viel. Ze kon niet praten, wilde dat wel, maar de woorden kwamen er niet uit. Uit die bewijsmiddelen heeft het hof genoegzaam kunnen opmaken dat de verdachte ten tijde van de door hem gepleegde handelingen, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] , bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zij in een toestand van verminderd bewustzijn verkeerde.
5.Het tweede middel
hij op twee tijdstippen in de periode van 4 juni 2016 tot en met 5 juni 2016 te Amsterdam, met [slachtoffer] , geboren op [geboortedatum] 2003, die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam, immers heeft hij, verdachte, zijn penis in de vagina en mond van voornoemde [slachtoffer] gestopt en vervolgens heen en weer bewogen en zijn vinger(s) in de vagina van voornoemde [slachtoffer] gebracht.”
De raadsman heeft – zoals weergegeven in zijn pleitnotities vrijspraak bepleit omdat het ontuchtig karakter aan de seksuele handelingen ontbreekt, nu sprake zou zijn van vrijwillig contact tussen personen die slechts in geringe mate in leeftijd verschillen, zodat geen sprake is van strijd met de sociaal ethische norm. Subsidiair heeft de raadsman het verweer gevoerd dat de verdachte ervan uitging, en ervan uit mocht gaan, dat de aangeefster 17 jaar was. zodat op het punt van de leeftijd van [slachtoffer] sprake is van afwezigheid van alle schuld bij de verdachte.
Hij die met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen pleegt die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie.”
2.6. Blijkens de wetsgeschiedenis strekt art. 245 Sr Pro tot bescherming van de seksuele integriteit van personen die gelet op hun jeugdige leeftijd in het algemeen geacht moeten worden niet of onvoldoende in staat te zijn zelf die integriteit te bewaken en de draagwijdte van hun gedrag in dit opzicht te overzien. Art. 245 Sr Pro beschermt deze jeugdige personen ook tegen verleiding die mede van henzelf kan uitgaan.
“gelet op de inhoud van het WhatsApp-gesprek tussen de verdachte en [medeverdachte] , de discussie in de keuken over de leeftijd van [slachtoffer] , en de verklaring van de verdachte dat hij ‘wist dat [slachtoffer] 13 jaar was, alleen niet officieel’ alle schijn van [heeft] dat de verdachte wist dat zij 13 jaar oud was”. Dat oordeel geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Onbegrijpelijk is het evenmin. Voor zover geklaagd wordt dat het hof had behoren te onderzoeken of de verdachte alle maatregelen heeft genomen die in redelijkheid van hem kunnen worden gevergd, teneinde het begaan van een strafbaar feit te voorkomen, worden eisen gesteld die het recht niet kent. Bovendien blijkt uit de bewijsmiddelen dat de verdachte in verband met het schenken van whisky aan en het ‘zich laten gaan’ met een meisje van dertien heeft verklaard zelf te makkelijk te hebben gedacht.