Uitspraak
gevestigd te Sint Maarten,
wonende te [woonplaats] ,
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
12 oktober 2018.
Hoge Raad
Feniks B.V. heeft cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 27 juni 2017, waarin het hof uitspraak deed over de vraag of de bestuurder ten tijde van het sluiten van een overeenkomst had moeten begrijpen dat de vennootschap niet aan haar verplichtingen zou kunnen voldoen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in deze langdurige procedure en neemt kennis van de processtukken.
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep. Feniks heeft hierop gereageerd, maar de Hoge Raad heeft deze reactie en de daarbij overgelegde stukken niet in behandeling genomen omdat deze niet via een advocaat waren ingediend. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering nodig is.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt Feniks in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van de wederpartij nihil worden begroot. Hiermee blijft het arrest van het hof van 27 juni 2017 ongewijzigd van kracht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Feniks B.V. wordt verworpen en het arrest van het hof blijft van kracht.