Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
13 februari 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een beschikking van de Rechtbank Limburg waarin het klaagschrift van de beslagene gedeeltelijk werd gegrond verklaard. Het betrof de teruggave van een bestelauto, merk Volkswagen Caddy, die in beslag was genomen op grond van verdenking van betrokkenheid bij drugshandel en -productie.
De rechter-commissaris had een machtiging verleend tot handhaving van het conservatoir beslag tot een maximumbedrag van €81.000, terwijl de gezamenlijke waarde van het beslag €91.550 bedroeg. De rechtbank oordeelde dat het beslag niet hoger mocht zijn dan het genoemde maximumbedrag en besloot daarom tot teruggave van de bestelauto met een waarde van €10.000.
De Hoge Raad herhaalt de relevante overwegingen uit eerdere jurisprudentie en stelt dat het maximumbedrag in het proces-verbaal of beslagexploit niet het maximale bedrag bepaalt waarvoor beslag mag worden gelegd, maar het bedrag waarvoor de beslaglegger verhaal zoekt. De rechtbank heeft hiermee een onjuiste rechtsopvatting gehanteerd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van de beschikking dat betrekking heeft op de bestelauto en wijst de zaak terug naar de Rechtbank Limburg voor herbehandeling van het klaagschrift. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het deel van de beschikking over de bestelauto en wijst de zaak terug voor herbeoordeling.