Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
4 december 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over een klaagschrift inzake beslag op een auto onder verdenking van witwassen. De Hoge Raad oordeelt dat de behandeling van het klaagschrift door de raadkamer volgens art. 552a lid 6 Sv in het openbaar moet plaatsvinden. Uit het proces-verbaal blijkt echter niet dat dit is gebeurd, noch dat toepassing is gegeven aan uitzonderingsbepalingen van art. 22 lid 2 en Pro 3 Sv.
De niet-naleving van deze openbare behandeling leidt tot nietigheid van het onderzoek en van de beschikking. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en wijst de zaak terug naar de rechtbank Zeeland-West-Brabant voor hernieuwde behandeling en afdoening van het klaagschrift.
De uitspraak benadrukt het belang van het openbaarheidsbeginsel bij de behandeling van klaagschriften en bevestigt dat afwijkingen hiervan strikt moeten worden gemotiveerd en vastgelegd. De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 4 december 2018.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens niet-openbare behandeling en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.