Belanghebbenden hebben meerdere beroepen in cassatie ingesteld tegen uitspraken van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden en verzetten tegen eerdere uitspraken. Eerdere cassatieberoepen werden al niet-ontvankelijk verklaard vanwege termijnoverschrijding. De Hoge Raad bevestigt dat de herhaalde beroepen eveneens niet-ontvankelijk zijn omdat de cassatietermijn is verstreken.
Daarnaast heeft belanghebbenden een beroep op betalingsonmacht gedaan voor het griffierecht. Na ontvangst van gegevens over inkomen en vermogen wees de griffier dit beroep af en stelde een termijn voor betaling. Ondanks herinneringen en een termijn van vier weken werd het griffierecht niet voldaan. De Hoge Raad oordeelt dat belanghebbenden in verzuim zijn en verklaart ook deze beroepen niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:41, lid 6, Awb.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaart de beroepen in cassatie niet-ontvankelijk. Het arrest is in het openbaar uitgesproken op 2 maart 2018 door raadsheren Wortel, Groeneveld en Beukers-van Dooren.