ECLI:NL:HR:2018:380

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 maart 2018
Publicatiedatum
20 maart 2018
Zaaknummer
17/02211
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 288 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt medeplegen poging gekwalificeerde doodslag bij gewapende woningoverval

De zaak betreft het cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 februari 2017, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag tijdens een gewapende woningoverval.

Het hof heeft het bijkomend oogmerk van de poging tot doodslag voldoende gemotiveerd door te stellen dat de overvallers rekening hielden met de aanwezigheid van gewapende beveiligers en zelf geladen vuurwapens bij zich hadden. Hierdoor kon niet anders worden geconcludeerd dan dat zij erop waren voorbereid dat tijdens of na de overval verzet zou worden geboden, waarbij teruggeschoten zou worden op personen die een bedreiging vormden.

De Hoge Raad oordeelt dat het beroep in cassatie niet tot cassatie kan leiden en dat geen nadere motivering nodig is omdat de middelen geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd voor medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag.

Uitspraak

20 maart 2018
Strafkamer
nr. S 17/02211
KD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 7 februari 2017, nummer 21/004366-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de M.T. Boerlage en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 maart 2018.