ECLI:NL:HR:2018:381
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt kwalificatie opzettelijk handelen met grote hoeveelheid drugs volgens Opiumwet
De verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 16 mei 2015 in de gemeente Werkendam opzettelijk een grote hoeveelheid hennep en hasjiesj vervoerde. Het hof verklaarde bewezen dat het ging om circa 4600 gram hennep en circa 3109 gram hasjiesj, middelen die onder lijst II van de Opiumwet vallen.
De verdachte stelde in cassatie dat het bestanddeel 'een grote hoeveelheid van de middelen' niet was tenlastegelegd en bewezenverklaard. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de tenlastelegging zo moest verstaan dat de strafverzwarende omstandigheid van een grote hoeveelheid drugs voldoende was omschreven door de genoemde hoeveelheden hennep en hasjiesj, die ruim boven de wettelijke drempel van 500 gram lagen.
De Hoge Raad bevestigde dat de kwalificatie van het feit als opzettelijk handelen met een grote hoeveelheid drugs haar grondslag vindt in het bewezenverklaarde en dat het middel faalt. Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de kwalificatie van opzettelijk handelen met een grote hoeveelheid drugs wordt bevestigd.