Conclusie
Nummer18/04416
Het cassatieberoep
De zaak
De middelen
eerste middelkeert zich tegen het onder 1 en 2 bewezen verklaarde en bevat twee klachten. De eerste klacht houdt in dat het oordeel van het hof, dat verdachte welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de contante gelden van misdrijf afkomstig zijn, onbegrijpelijk en/of onvoldoende met redenen is omkleed. De tweede klacht, die daarmee verband houdt, houdt in dat uit de bewijsmiddelen niet, althans niet zonder meer kan volgen dat de verdachte heeft deelgenomen aan een organisatie die het plegen van gewoontewitwassen tot oogmerk heeft gehad.
tweede middelkeert zich met diverse klachten primair tegen de veroordeling van de verdachte ter zake van het onder 3 bewezen verklaarde, kort gezegd medeplegen van opzettelijke overtreding van een voorschrift, gesteld bij artikel 2:3a, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). In het verlengde daarvan is het middel gericht tegen de veroordeling ter zake van feit 1, voor zover inhoudende dat de organisatie waaraan de verdachte heeft deelgenomen het oogmerk heeft gehad op het plegen van het opzettelijk overtreden van een voorschrift, gesteld bij art. 2:3a Wft.
en/ofwaarbij de geldmiddelen voor rekening van de begunstigde worden ontvangen en aan de begunstigde beschikbaar worden gesteld. Art. 1, aanhef en onderdeel c, aanhef en onder 3°, Wgk vereiste destijds evenmin een girale component, maar alleen een ter beschikking krijgen van gelden of geldswaarden, teneinde deze gelden of geldswaarden al dan niet in dezelfde vorm aan een derde elders betaalbaar te stellen of te doen stellen,
dan welhet betalen of betaalbaar stellen van gelden of geldswaarden nadat deze gelden of geldswaarden elders al dan niet in dezelfde vorm ter beschikking zijn gesteld. Alternatieve (informele) betalingssystemen waarbij overmakingen van contant of giraal geld niet plaatsvinden, zoals hawala-bankieren, moeten daaronder mede worden begrepen. [13] De overweging van het hof dat voor een geldtransfer in de zin van de richtlijn betaaldiensten niet is vereist dat een girale overboeking van geld plaatsvindt, getuigt aldus niet van een onjuiste rechtsopvatting.
derde middelhoudt in dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.