ECLI:NL:HR:2019:1149

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juli 2019
Publicatiedatum
8 juli 2019
Zaaknummer
18/01063
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRM
Verwijzingen
3 uitgaand · 10 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens schending aanwezigheidsrecht verdachte in hoger beroep

De verdachte was op de dag van de behandeling in hoger beroep ingesloten in een politiebureau en kon daardoor niet aanwezig zijn bij de zitting. Het hof behandelde de zaak buiten aanwezigheid van de verdachte, uitgaande van een gerechtvaardigd vermoeden dat hij vrijwillig afstand had gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. Uit overgelegd bewijs bleek echter dat de verdachte die dag was aangehouden en later heengezonden, en niet vrijwillig afstand had gedaan van zijn recht om aanwezig te zijn.

De raadsman van de verdachte had geen aanhoudingsverzoek ingediend, maar gaf aan dat de verdachte hem had laten weten aanwezig te zullen zijn en dat hij geen contact met hem kon krijgen. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onjuist heeft geoordeeld door de zaak buiten aanwezigheid te behandelen, waardoor het recht van de verdachte op een eerlijk proces werd geschonden.

Op grond van de conclusie van de Advocaat-Generaal vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof en wees de zaak terug voor hernieuwde berechting in hoger beroep. De Hoge Raad benadrukte het belang van het aanwezigheidsrecht en dat het hof dit zorgvuldig moet toetsen alvorens buiten aanwezigheid te oordelen.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens schending van het aanwezigheidsrecht van de verdachte.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/01063
Datum9 juli 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 19 juli 2017, nummer 22/004722-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft C. van Aken, advocaat te Geertruidenberg, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De raadsman heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1
Het middel klaagt dat de verdachte in strijd met art. 6 EVRM Pro niet in de gelegenheid is gesteld bij de berechting van zijn zaak in hoger beroep aanwezig te zijn, omdat hij ten tijde van de behandeling ter terechtzitting in hoger beroep was ingesloten in een politiebureau en hij niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht.
2.2
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 12 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beoordeling van het tweede middel

Gelet op de hierna volgende beslissing behoeft het middel geen bespreking.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de bestreden uitspraak;
- wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 juli 2019.