ECLI:NL:HR:2019:1696

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2019
Publicatiedatum
1 november 2019
Zaaknummer
18/03714
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 425 lid 2 Sr
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt gevaarlijkheid van hond bij bijtincident volgens art. 425 lid 2 Sr

In deze zaak stond centraal de vraag of een hond die betrokken was bij een bijtincident met twee slachtoffers kan worden aangemerkt als een gevaarlijk dier in de zin van artikel 425 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafrecht. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag, waarin hij werd veroordeeld.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de verdachte verworpen. De Advocaat-Generaal had reeds geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelde dat het middel van cassatie niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest bevestigt daarmee de eerdere uitspraak van het gerechtshof dat de hond als gevaarlijk dier kan worden beschouwd in het kader van de strafrechtelijke aansprakelijkheid volgens artikel 425 lid 2 Sr Pro. Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend.

Uitkomst: Hoge Raad verwerpt cassatieberoep en bevestigt dat hond als gevaarlijk dier wordt aangemerkt volgens art. 425 lid 2 Sr.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/03714
Datum5 november 2019
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 6 februari 2018, nummer 22/004965-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,
hierna: de verdachte.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Biemond, advocaat te 's‑Gravenhage, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren V. van den Brink en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 november 2019.