Uitspraak
wonende te [woonplaats],
gevestigd te Bunnik,
1.Het geding in feitelijke instanties
28 november 2013;
23 januari 2018.
2.Het geding in cassatie
De procesinleiding en het verweerschrift tevens houdende voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep zijn aan dit arrest gehecht en maken daarvan deel uit.
3.Uitgangspunten in cassatie
Op 13 juli 2007 heeft Fortis een “Aankondiging dagvaarding” aan [betrokkene 1] gestuurd.
(iv) [betrokkene 1] zal terugbetalen zodra hij weer een normaal leven leidt en geld heeft, en (v) [betrokkene 1] in Turkije verblijft en niet naar Nederland zal komen.
Het eindvonnis vermeldt dat “tegen gedaagde partij” verstek is verleend. Op 24 juni 2014 is het eindvonnis aan [eiseres] betekend, maar niet in persoon.
Zij heeft primair aangevoerd dat de vordering van Credivance ten aanzien van haar is verjaard, en subsidiair dat zij geen overeenkomst met Credivance is aangegaan. Voorts heeft [eiseres] betwist dat ten tijde van het sluiten van de kredietovereenkomst [betrokkene 1] haar partner was, zodat zij op die grond evenmin tot betaling kan worden aangesproken. De verzetdagvaarding bevat tevens een voorwaardelijke vordering in reconventie, waarin [eiseres] een verklaring voor recht vordert dat de bevoegdheid om de rentevordering tegen haar te incasseren op grond van
art. 3:324 BW Pro is verjaard.
4.Beoordeling van het middel in het principale beroep
5.Beoordeling van het middel in het incidentele beroep
6.Beslissing
8 februari 2019.