Uitspraak
wonende te [woonplaats] , Verenigde Arabische Emiraten,
kantoorhoudende te Rosmalen,
1.Het verdere verloop van het geding in cassatie
2.Verdere beoordeling in het incident en in de hoofdzaak
3.Beslissing
12 april 2019.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoekster behandeld, die in een faillissementsprocedure optrad tegen de curator. De Hoge Raad verwijst naar een eerder tussenarrest waarin aan verzoekster werd bevolen zekerheid te stellen voor de proceskosten ten behoeve van de curator, met een uiterste datum voor nakoming. Verzoekster heeft deze zekerheid niet gesteld.
De curator heeft daarop verzocht verzoekster niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het niet voldoen aan deze verplichting. Verzoekster heeft dit bevestigd, waardoor de Hoge Raad tot het oordeel komt dat verzoekster niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar cassatieberoep.
De Hoge Raad veroordeelt verzoekster tevens in de kosten van het geding in cassatie, waarbij een specificatie van de kosten aan de zijde van de curator is gegeven. Het arrest is gewezen door de raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2019.
Uitkomst: Verzoekster wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet stellen van zekerheid voor proceskosten.