ECLI:NL:HR:2019:9

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2019
Publicatiedatum
3 januari 2019
Zaaknummer
16/06204
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:37.1 Algemene douanewetArt. 1:37.5 Algemene douanewetArt. 1:37.6 Algemene douanewetArt. 552b Wetboek van StrafvorderingArt. 21 Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing wegens niet behoorlijke oproeping bij beslag op auto onder Algemene douanewet

De zaak betreft een klaagschrift ingediend door klaagster tegen een beslag op een personenauto die kennelijk was ingericht om goederen aan ambtelijk toezicht te onttrekken, zoals bedoeld in de Algemene douanewet (Adw).

De Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, had het klaagschrift behandeld zonder de klaagster behoorlijke oproeping voor de raadkamerbehandeling, hetgeen volgens de Hoge Raad een wezenlijk verzuim is dat leidt tot nietigheid van de behandeling.

De Advocaat-Generaal concludeerde tot vernietiging van de beschikking en verwijzing naar de Rechtbank Amsterdam, die bevoegd is omdat de inbeslagname in Amsterdam plaatsvond.

De Hoge Raad volgt deze conclusie en vernietigt de bestreden beschikking, waarna de zaak wordt verwezen naar het Hof Amsterdam voor een nieuwe behandeling en beslissing op het klaagschrift.

Daarnaast is in cassatie de ontvankelijkheid van het beroep besproken, mede omdat de inbeslaggenomen auto inmiddels is vernietigd, maar dit leidt niet tot niet-ontvankelijkheid van het cassatieberoep.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking wegens niet oproeping van klaagster en verwijst de zaak naar het Hof Amsterdam voor herbehandeling.

Uitspraak

22 januari 2019
Strafkamer
nr. S 16/06204 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, zittingsplaats Haarlem, van 7 november 2016, nummer RK 16/006240, op een klaagschrift als bedoeld in art. 1:37, vijfde lid, Algemene douanewet, ingediend door:
[klaagster], geboren op [geboortedatum] 1988.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klaagster. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing naar de Rechtbank Amsterdam teneinde op het bestaande beklag opnieuw te worden behandeld en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat de klaagster niet behoorlijk is opgeroepen voor de behandeling van het namens de klaagster ingediende klaagschrift van 31 augustus 2016.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 5.2 tot en met 5.6 is het middel terecht voorgesteld.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak op het bestaande klaagschrift opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 januari 2019.