Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van het tweede cassatiemiddel
4.Beslissing
9 juni 2020.
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor het voorhanden hebben van munitie in Lithoijen. Het gerechtshof 's-Hertogenbosch had het voorhanden hebben van munitie meermalen gekwalificeerd, wat de verdachte in cassatie aanvocht. De advocaat-generaal stelde voor het arrest te vernietigen en de kwalificatie te verbeteren.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte meerdere strafbare feiten had aangenomen voor het voorhanden hebben van munitie van categorie II en III. Volgens eerdere jurisprudentie levert het voorhanden hebben van meerdere patronen slechts één strafbaar feit op. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de kwalificatie betreft en verbeterde deze tot één overtreding van artikel 26 lid 1 van Pro de Wet wapens en munitie.
Het beroep van de verdachte werd voor het overige verworpen. Hiermee bevestigt de Hoge Raad de eenheid en consistentie in de rechtspraak omtrent de kwalificatie van het voorhanden hebben van munitie. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 9 juni 2020.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor de kwalificatie en kwalificeert het voorhanden hebben van munitie als één strafbaar feit volgens artikel 26 lid 1 WWM.