Conclusie
Nummer20/00736
Het cassatieberoep
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd”, 2 “
oplichting” en 3, 4 en 5 “
oplichting, meermalen gepleegd” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaar met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof de openbaarmaking van het arrest, nadat het onherroepelijk is geworden en met vermelding van de personalia van de verdachte, gelast. Tot slot heeft het hof beslissingen genomen ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregelen opgelegd, een en ander zoals in het arrest vermeld.
De zaak
onder meer” de in de bewezenverklaring bij naam genoemde personen door oplichting heeft bewogen tot afgifte van geld. Daarmee heeft het hof kennelijk bewezen verklaard dat de verdachte ook anderen dan de in de bewezenverklaring genoemde personen heeft opgelicht. Nu niet nader is aangeduid wie die anderen personen zijn, is de bewezenverklaring onvoldoende duidelijk, althans onvoldoende met redenen omkleed. Daarbij is van belang dat in de bewijsvoering een bewijsmiddel ontbreekt waaruit volgt welke andere personen dan de in de bewezenverklaring genoemde personen zijn bedoeld en ook andere gegevens ontbreken waaruit kan worden afgeleid welke personen op grond van welke redengevende feiten en omstandigheden het hof heeft bedoeld, aldus de stellers van het middel.
hij op tijdstippen in de periode van 22 juni 2015 tot en met 26 juni 2015 in Druten met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid [benadeelde 38] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten stelconplaten, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven – opzettelijk valselijk en bedrieglijk
terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan”. Het hof heeft tevens een geschrift, te weten een uittreksel justitiële documentatie van 27 januari 2020 tot het bewijs gebezigd (bewijsmiddel 207) waaruit kan worden afgeleid dat er sprake is van een eerdere (onherroepelijke) veroordeling tot gevangenisstraf wegens een soortgelijk misdrijf in de vijf jaren voorafgaand aan het plegen van de feiten in de onderhavige zaak.
medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd” en daarmee ten onrechte de recidive niet in de kwalificatie vermeld. Gelet op hetgeen het hof onder 1 bewezen heeft verklaard, de bewijsvoering en de strafmotivering ga ik ervan uit dat hier sprake is van een kennelijke misslag.