Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Waar het in deze zaak over gaat
3.Het eerste en tweede middel
Hier komt bij dat het hof in het bestreden arrest [B] B.V. heeft aangeduid als
voormaligmedeverdachte, waaruit volgt dat ten aanzien van deze rechtspersoon ten tijde van de berechting slechts sprake was van een redelijk vermoeden van schuld, zodat ook deze vaststelling in strijd is met de bewezenverklaring, aldus de stellers van het middel.
Tot slot wordt in het tweede middel aangevoerd dat het hof het onder feit 3 subsidiair bewezenverklaarde ten onrechte heeft gekwalificeerd als “feitelijk leiding geven aan het medeplegen van valsheid in geschrift,
meermalen gepleegd”, aangezien uit de bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat het feit meermalen is gepleegd.
Het eerste en tweede middel lenen zich vanwege hun samenhang voor een gezamenlijke bespreking.
het hof begrijpt: [betrokkene 8]). De belangrijkste werkzaamheden van de medeverdachte [betrokkene 9] waren de ontwikkeling van het tijd- en kiloregistratiesysteem van [D] . Hij heeft het tijd- en kiloregistratiesysteem geïmplementeerd en de software op maat gemaakt en onderhouden. [8]
het hof begrijpt, gelet op de datum en het vertrek van [betrokkene 7] in 2010, [verdachte]], de klokophaalpercentagemodule op 90% heeft ingesteld. [87]
het hof: voormalig medeverdachte], heeft vervolgens de ‘IPS-overzichten’ aan de [C] overgedragen ten behoeve van de salariëring van de Poolse champignonpluksters. Uit de in de tenlastelegging genoemde salarisspecificaties volgt dat de Poolse champignonpluksters vervolgens werden uitbetaald door de medeverdachte [medeverdachte] B.V., zijnde hun werkgever. De uren van de Poolse champignonpluksters werden door klokkingen op de teeltlocaties geregistreerd in het tijdregistratiesysteem van de medeverdachte [medeverdachte] B.V. en [B] B.V., waarna er in dit tijdregistratiesysteem mutaties plaatsvonden door middel van de toepassing van diverse modules.
voormaligmedeverdachte, welke vaststelling in strijd zou zijn met het onder feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair bewezenverklaarde.
4.Het derde middel
meermalen gepleegd”, aangezien het bewezenverklaarde in zoverre slechts één overtreding van het in art. 26 lid 1 WWM Pro vervatte verbod oplevert.