Uitspraak
gevestigd te Amsterdam,
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 januari 2020.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft de vraag of een in het sociaal plan van ABN AMRO opgenomen regeling die de ontslaguitkering (stimuleringspremie) voor oudere werknemers afdekt tot nihil in strijd is met het verbod op leeftijdsdiscriminatie zoals neergelegd in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBLA).
De werknemer, geboren in 1952, werd boventallig verklaard en kon binnen de Mobiliteitsorganisatie geen passende functie vinden. Zijn ontslaguitkering werd vanwege de aftoppingsregeling nihil vastgesteld omdat hij zijn individuele pensioenleeftijd had bereikt. Hij vorderde betaling van de volledige ontslagvergoeding, stellende dat de regeling verboden leeftijdsdiscriminatie inhoudt.
De kantonrechter en het hof oordeelden dat de aftoppingsregeling direct onderscheid naar leeftijd maakt en niet passend en noodzakelijk is om het legitieme doel van eerlijke verdeling van middelen te bereiken. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat deze onvoldoende rekening hield met de beoordelingsmarge van sociale partners en de bredere context van het sociaal plan, waaronder de Mobiliteitsorganisatie en pensioenmaatregelen.
De zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling waarbij de passendheid en noodzakelijkheid van de regeling in samenhang met alle legitieme doelen moeten worden onderzocht.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Amsterdam en verwijst de zaak naar het gerechtshof Den Haag voor hernieuwde beoordeling van de aftoppingsregeling in het sociaal plan.