ECLI:NL:HR:2020:1411
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J. Koopman
- E.N. Punt
- P.M.F. van Loon
- L.F. van Kalmthout
- E.F. Faase
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over ambtelijk verzuim bij navorderingsaanslag inkomstenbelasting
De zaak betreft een navorderingsaanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over het jaar 2010 ten name van een overleden belastingplichtige, waarbij de Inspecteur een fictief vervreemdingsvoordeel uit aanmerkelijk belang had vastgesteld.
Het Hof Den Haag oordeelde dat de Inspecteur ambtelijk verzuimd had door niet het dossier van de fiscale partner te raadplegen, waardoor de navorderingsaanslag niet mocht worden opgelegd. De Hoge Raad stelt dat het Hof een te ruime onderzoeksplicht aan de Inspecteur heeft toegerekend, die niet strookt met de wettelijke maatstaf dat de Inspecteur slechts tot nader onderzoek gehouden is bij redelijke twijfel aan de juistheid van de aangifte.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor volledige herbehandeling, zonder een oordeel te geven over de hoogte van het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang. De Hoge Raad wijst tevens af dat de Inspecteur altijd het dossier van de fiscale partner moet raadplegen.
De uitspraak benadrukt de grenzen van de onderzoeksplicht van de Inspecteur bij navorderingsaanslagen en verduidelijkt de toepassing van artikel 16, lid 1, AWR in combinatie met de beoordeling van ambtelijk verzuim.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor nieuwe behandeling.