Conclusie
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 januari 2010 - 31 december 2010
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
3.Het geding in cassatie
4.Doorschuiffaciliteiten fictieve vervreemding aanmerkelijk belang bij overlijden
5.Nieuw feit of ambtelijk verzuim
BNB1987/19* – omstandigheden [moeten] voordoen waaraan “een zo sterk vermoeden voor de onjuistheid van de aangifte [valt] te ontlenen, dat het nalaten van een onderzoek op dit punt [de inspecteur] als een ambtelijk verzuim kan worden aangerekend”. [37]
Fiscaal up to Dateheeft ten slotte in samenvatting over een uitspraak van Hof ’s-Hertogenbosch van 8 maart 2019 met nummer 18/00045 gepubliceerd. [43] In die uitspraak zou de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid van de juistheid van de aangifte zijn gegrond op de omstandigheid dat wellicht (alsnog) gebruik had kunnen worden gemaakt van een doorschuiffaciliteit van artikel 4.17a van de Wet IB 2001 en de omstandigheid dat de waarde van de aandelen beneden de verkrijgingsprijs zou kunnen liggen:
Fiscaal up to Date, waarvan de redactie kritisch is: [45]
nietonwaarschijnlijk. De toedeling van dergelijke bestanddelen betreft immers een vrije keuze van de fiscale partners. [46]