Uitspraak
gevestigd te Gouda,
wonende te [woonplaats],
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
21 februari 2020.
Hoge Raad
In deze zaak heeft Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland (de GI) cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Den Haag, waarin het hof een deelbeschikking inzake uithuisplaatsing had behandeld. De moeder, verweerder in cassatie, is niet verschenen en heeft geen verweerschrift ingediend.
De Hoge Raad verwijst voor het procesverloop naar eerdere beslissingen van de rechtbank Den Haag en het gerechtshof Den Haag. De klachten van de GI tegen de hofbeschikking zijn door de Hoge Raad beoordeeld, maar deze klachten konden niet leiden tot vernietiging van de beschikking. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de klachten niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad besluit het cassatieberoep te verwerpen, waarmee de beschikking van het hof in stand blijft. De uitspraak is gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Tanja-van den Broek, Kroeze en in het openbaar uitgesproken door du Perron.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting Jeugdbescherming West Zuid-Holland wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.