ECLI:NL:PHR:2020:1109
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenbeschikking in echtscheidingszaak
Partijen zijn gehuwd op huwelijkse voorwaarden en hebben drie minderjarige kinderen. Na het verzoek tot echtscheiding en diverse procedures heeft de rechtbank op 19 juni 2018 de echtscheiding uitgesproken, de hoofdverblijfplaats van twee kinderen bij de vrouw bepaald en een informatieregeling vastgesteld. Beslissingen over kinderalimentatie, partneralimentatie en afwikkeling huwelijkse voorwaarden zijn aangehouden.
De man kwam in hoger beroep bij het hof Arnhem-Leeuwarden, dat op 19 december 2019 de beschikking van de rechtbank bekrachtigde voor zover het de hoofdverblijfplaats en informatieregeling betrof, en de behandeling van de huwelijkse voorwaarden aanhield. De man stelde cassatieberoep in tegen de beschikking, maar richtte zijn klachten uitsluitend op het tussenbeschikkingsgedeelte betreffende alimentatie.
De Hoge Raad oordeelt dat cassatieberoep tegen een tussenbeschikking slechts ontvankelijk is indien tevens grieven worden gericht tegen het eindbeschikkingsgedeelte of indien de rechter anders bepaalt. Nu de man zich niet richtte tegen het eindbeschikkingsgedeelte, is hij niet-ontvankelijk. De conclusie van de Procureur-Generaal is dan ook dat het cassatieberoep moet worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het zich uitsluitend richt op het tussenbeschikkingsgedeelte zonder grieven tegen het eindbeschikkingsgedeelte.