ECLI:NL:HR:2020:490

Hoge Raad

Datum uitspraak
24 maart 2020
Publicatiedatum
20 maart 2020
Zaaknummer
18/05048
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 SrArt. 359.6 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 7 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt strafoplegging wegens onjuiste motivering bij medeplegen poging tot woninginbraak

In deze zaak stond de verdachte terecht voor medeplegen van poging tot diefstal door braak in een woning. Het gerechtshof Den Haag had de verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Bij de strafoplegging had het hof zwaar gewicht toegekend aan het feit dat de verdachte ondanks eerdere onherroepelijke veroordelingen voor soortgelijke feiten opnieuw een strafbaar feit had gepleegd.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte had aangenomen dat de eerdere veroordelingen onherroepelijk waren op het moment van het plegen van het onderhavige feit. Geen van de eerdere veroordelingen voldeed aan die voorwaarde, waardoor het hof niet had mogen meewegen dat de verdachte zich opnieuw schuldig had gemaakt aan een strafbaar feit. Hierdoor was de strafmotivering onvoldoende begrijpelijk.

De Hoge Raad vernietigde daarom de strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe beoordeling van de straf. Het beroep werd voor het overige verworpen. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en twee raadsheren op 24 maart 2020.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de strafoplegging en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer18/05048
Datum24 maart 2020
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van
19 oktober 2018, nummer 22/001903-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1997,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt en P. van Dongen, beiden advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging, tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof Den Haag opdat de zaak in zoverre op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan, en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over de strafmotivering.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 5 tot en met 8.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de strafoplegging;
- wijst de zaak terug naar het hof Den Haag, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan;
- verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en J.C.A.M. Claassens, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
24 maart 2020.