Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
De in Gibraltar gevestigde [E] (hierna: [E] ) was 100% aandeelhouder van de in Nederland gevestigde vennootschappen [A] (hierna: [A] ) en [B] (hierna: [B] ). Op 14 januari 2008 is [E] overgedragen aan [medeverdachte 1] en op 12 december 2009 heeft [betrokkene 8] een volmacht tot bestuur van de vennootschap gegeven aan [medeverdachte 2] .
[medeverdachte 1] heeft onder meer verklaard (V01-07, p. 727 en 728) dat hij via [betrokkene 1] en [medeverdachte 2] in aanraking is gekomen met [A] en dat hij alleen met [medeverdachte 2] contact heeft gehad over de overname van de aandelen in [E] . Met betrekking tot zijn werkzaamheden voor [A] heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij geen weet heeft van werkzaamheden van vóór de overname van [A] en dat [A] na de overname in de kast is gelegd. Voorts heeft hij verklaard dat hij directeur is geworden van [A] omdat hij daar geld voor kreeg. Het was de bedoeling dat hij [A] een poosje in leven hield en dan weer weg zou doen.
Getuige [betrokkene 6] heeft onder meer verklaard (G12-001, p. 1053-1058) dat hij rond 2002 is begonnen met werken voor [B] . Hij was directeur bij [B] en moest verantwoording afleggen aan [medeverdachte 2] . Ongeveer in 2003 of 2004 kwam [verdachte] in beeld. Vanaf die tijd moest [betrokkene 6] verantwoording afleggen aan [verdachte] . [verdachte] bemoeide zich met de dagelijkse gang van zaken binnen [B] . Hij gaf leiding aan het kantoor en stuurde in grote lijnen de onderneming aan. Voorts heeft getuige [betrokkene 6] verklaard dat [medeverdachte 2] en [verdachte] samen [C] aanstuurden. [verdachte] verrichtte bij [C] dezelfde werkzaamheden als bij [B] , namelijk leiding geven en het kantoorpersoneel aansturen. Tot slot heeft [betrokkene 6] verklaard dat hij zich geen directeur van [B] voelde.
(rechts-)personen in de bewezenverklaring ondanks het soms ontbreken van een formele betrokkenheid bij de onderscheidenlijke rechtspersonen.
In het vorenstaande wordt gesproken over “in beginsel”, omdat niet valt uit te sluiten dat anders moet worden geoordeeld in het bijzondere geval dat zulk “overdragen”, “gebruik maken” of “omzetten” van door eigen misdrijf verkregen voorwerpen plaatsvindt onder omstandigheden die niet wezenlijk verschillen van gevallen waarin een verdachte die een bepaald misdrijf heeft begaan en die daarmee de door dat misdrijf verkregen voorwerpen verwerft of voorhanden heeft, zich automatisch ook schuldig zou maken aan het witwassen van die voorwerpen. Voorkomen moet immers worden dat de hiervoor (...) weergegeven regels worden omzeild enkel door het tenlasteleggen en/of bewezenverklaren van een andere delictsgedraging dan “verwerven” of “voorhanden hebben”. In zo een bijzonder geval geldt eveneens dat, wil het handelen kunnen worden aangemerkt als “witwassen”, sprake dient te zijn van een gedraging die een op het daadwerkelijk verbergen of verhullen van de criminele herkomst van die voorwerpen gericht karakter heeft in de hierboven (...) omschreven zin.”
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
- vernietigt de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
- vermindert deze in die zin dat deze 40 maanden beloopt;
- verwerpt het beroep voor het overige.
2 maart 2021.