Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Beslissing
13 april 2021.
Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op 13 april 2021 het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2019 vernietigd en de zaak terugverwezen. De zaak betrof een verdachte die werd verdacht van het verwerven en voorhanden hebben van een mapje met pasjes, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze afkomstig waren uit enig misdrijf.
Het hof had in de bewezenverklaring wel onderscheid gemaakt tussen eenvoudig (schuld)witwassen en gewoon (schuld)witwassen, maar liet na om te kiezen tussen het feit dat de verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat de voorwerpen uit enig misdrijf afkomstig waren. Dit was een onjuiste toepassing van het recht, omdat dit onderscheid gevolgen heeft voor de strafmaxima: gewoon witwassen is strafbaar met een gevangenisstraf tot zes jaar, terwijl gewoon schuldwitwassen een maximum van twee jaar kent.
De Hoge Raad herhaalde relevante jurisprudentie over het onderscheid tussen deze vormen van witwassen en oordeelde dat het hof deze keuze niet had mogen nalaten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betrof en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag voor een nieuwe berechting en beslissing.
De overige cassatiemiddelen werden verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president J. de Hullu, en de raadsheren M.J. Borgers en C. Caminada.
Uitkomst: Het arrest van het hof Den Haag is vernietigd en de zaak is terugverwezen voor hernieuwde berechting.