Conclusie
1. Mensenhandel
te weten door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik van een kwetsbare positie,
hebbenzij, verdachte, en/of
haarmededaders
en/of haar mededaders, wisten dat voornoemde slachtoffers/personen in een slechte financiële situatie verkeerden en/ of de (financiële) situatie in Venezuela heel slecht is en/of dat die slachtoffers
hetPapiaments en/of
deNederlandse taal niet of nauwelijks machtig waren en/of die slachtoffers (vrijwel) niemand kenden
inCuraçao en geen werkvergunningen en/of verblijfsvergunningen
inCuraçao hadden en/of onder slechte woon- en/of werkomstandigheden hier zouden gaan leven en/of werken,
medeverdachte[medeverdachte 1] d.d. 4 oktober 2018 (dossierbijlage V03-5), voor zover als zijn verklaring inhoudende:
medeverdachte[medeverdachte 1] d.d. 5 oktober 2018 (dossierbijlage V03-9), voor zover als zijn verklaring inhoudende:
medeverdachte[medeverdachte 1] d.d. 4 april 2019, voor zover als zijn verklaring inhoudende:
Ten aanzien van de “werkzaamheden” in de bar kan geen sprake c.q. bewijs zijn van prostitutie of aanzet tot prostitutie
un bon di lunaom schoolspullen voor hun kinderen te kopen. Er is op Curacao wel degelijk een verborgen prostitutie waarbij (jonge) vrouwen veelal worden misbruikt.