Conclusie
Het proces-verbaal van aangifte door [aangeefster] , opgemaakt op 7 januari 2020, voor zover inhoudende (p. 31 e.v.):
Het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer 2] , opgemaakt óp 17 januari 2020, voor zover inhoudende (p. 42 e.v.):
.
de wijze waaropde onderscheidene feiten zijn begaan’ op essentiële punten overeenkomt, [8] ook essentiële overeenkomsten in ‘
de omstandigheden waaronderde feiten zijn begaan’ kunnen aanleiding geven voor de toepassing van een schakelbewijsconstructie. [9] Volledigheidshalve wijs ik er nog op dat schakelbewijs zowel kan worden gebruikt voor het oordeel over de vraag wie een bepaalde activiteit heeft verricht, als voor de vraag naar de wijze waarop die activiteit is verricht. [10]
een kenmerkende modus operandi”. [11] Naar het mij voorkomt miskent de steller van het middel daarmee echter dat het hof niet elk van deze omstandigheden afzonderlijk, maar – en dit is het springende punt – al deze omstandigheden gezamenlijk heeft betrokken in zijn oordeel dat er sprake is van een herkenbaar en gelijksoortig patroon in de handelingen van de verdachte (een modus operandi) ten aanzien van hetgeen hem wordt verweten, en dat het hof vervolgens op grond van al deze omstandigheden, in onderling verband en samenhang beschouwd, heeft geoordeeld dat er in de zaken van de dochter en de zoon van de verdachte op goede gronden een schakelbewijsconstructie kan worden toegepast. Dat oordeel acht ik niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd. Verweven als ’s hofs oordeel is met waarderingen van feitelijke aard, is voor verdere toetsing van dat oordeel in cassatie geen plaats. Daarbij komt dat de redengevendheid van schakelbewijs moet worden beoordeeld in het licht van de gehele bewijsvoering, en dat het hof in de voorliggende zaak, naast de verklaring van beide kinderen, óók de verklaring van de moeder, de verklaring van de vriend van de moeder en de eigen verklaring van de verdachte voor het bewijs heeft gebruikt. Voor zover door de steller van het middel nog wordt geklaagd dat de ‘schakelbewijsredenering’ van het hof aangaande de besneden penis van de verdachte niet begrijpelijk is, [12] merk ik op dat het hof niet alleen heeft geoordeeld dat de verklaringen van de kinderen over de besneden penis betrouwbaar zijn – ‘authentiek’ aldus het hof [13] –, maar dat het daarnaast van oordeel is dat óók de verklaring van de verdachte zelf als steunbewijs kan gelden, nu (ook) hij heeft verklaard dat hij besneden is.
penin de periode […]” begane feiten, heeft het hof onmiskenbaar bedoeld dat de verdachte de jegens zijn kinderen gepleegde handelingen meermalen heeft verricht. De klacht dat op grond van de bewezenverklaring moet worden aangenomen dat de seksuele handelingen niet vaker dan één keer hebben plaatsgevonden, treft naar het mij voorkomt evident geen doel. [14]
kanook van betekenis zijn in welke lichaamsopening is binnengedrongen en hoe de subjectieve beleving van het binnendringen bij de verdachte en/of het slachtoffer is geweest. [18] Het met de tong of vinger aanraken van de clitoris en daartoe openen van de grote en/of kleine schaamlippen levert – zo begrijp ik de rechtspraak van de Hoge Raad – seksueel binnendringen op. [19]
.Deze verklaring wordt bevestigd door de moeder van het slachtoffer. De moeder verklaart dat haar dochter haar vertelde dat de verdachte aan haar blote vagina zat en dat zij daarbij wees op het plekje waar haar clitoris zit: “ze wees naar het gebied van haar vagina/clitoris”
.
“een langere periode” heeft schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met zijn minderjarige zoon en dochter, zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk is.
penin de periode van 20 juli 2019 tot 8 december 2019 (…) ontuchtige handelingen heeft gepleegd”, en heeft ten aanzien van feit 2 bewezenverklaard dat de verdachte “op tijdstip
penin de periode van 20 juli 2019 tot 11 november 2019 (…) handelingen heeft gepleegd” (mijn onderstrepingen, A-G)
.
,anders dan de steller van het middel wil, niet in strijd met de bewezenverklaring. Daaraan doet niet af dat het hof de verdachte heeft vrijgesproken van het ‘meermalen’ plegen van de handelingen.