ECLI:NL:PHR:2024:1168

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
4 november 2024
Zaaknummer
22/02743
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 26 Wet wapens en munitieArt. 27 SrArt. 36c SrArt. 36d Sr
Verwijzingen
15 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf en vernietiging onttrekking aan verkeer voor weegschaal, geldautomaten en tas

De verdachte werd door het hof 's-Hertogenbosch veroordeeld voor medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet en de Wet wapens en munitie, met een gevangenisstraf van acht maanden. Tevens beval het hof de onttrekking aan het verkeer van diverse inbeslaggenomen voorwerpen, waaronder een weegschaal, twee geldautomaten en een tas.

In cassatie klaagt de verdediging dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het ongecontroleerde bezit van de weegschaal, geldautomaten en tas in strijd zou zijn met het algemeen belang of de wet, en waarom deze voorwerpen kunnen dienen tot het plegen of voorbereiden van soortgelijke misdrijven. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad onderschrijft dit en concludeert tot vernietiging van het arrest voor zover het de onttrekking van deze voorwerpen betreft.

De Hoge Raad overweegt dat onttrekking aan het verkeer slechts mogelijk is als de voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang, en dat het hof dit onvoldoende heeft vastgesteld voor de weegschaal, geldautomaten en tas. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de geldautomaten kunnen dienen tot het plegen of voorbereiden van soortgelijke feiten.

Daarnaast wordt vanwege de overschrijding van de redelijke termijn een vermindering van de gevangenisstraf voorgesteld. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen. De Hoge Raad zal het arrest vernietigen voor het deel van de onttrekking en de straf verminderen volgens de gebruikelijke maatstaf.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt onttrekking aan het verkeer van weegschaal, geldautomaten en tas en vermindert gevangenisstraf.

Conclusie

PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

Nummer22/02743

Zitting5 november 2024
CONCLUSIE
B.F. Keulen
In de zaak
[verdachte] ,
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1968,
hierna: de verdachte
De verdachte is bij arrest van 14 juli 2022 door het gerechtshof 's-Hertogenbosch wegens 1. ‘medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van het middel’; 2. ‘handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III en handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd’, alsmede 4. ‘medeplegen van handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een wapen van categorie II’ veroordeeld tot 8 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest als bedoeld in art. 27, eerste lid, Sr. Het hof heeft voorts de onttrekking aan het verkeer van in het arrest omschreven voorwerpen bevolen en de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelast van andere in het arrest omschreven voorwerpen.
Er bestaat samenhang met de zaak 23/00203. In deze zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. E.E.W.J. Maessen, advocaat in Maastricht, heeft een middel van cassatie voorgesteld.
Het
middelbevat de klacht dat het hof de onttrekking aan het verkeer van een weegschaal, twee geldautomaten en een tas ontoereikend heeft gemotiveerd. Zonder nadere motivering zou niet zijn in te zien dat en waarom het ongecontroleerde bezit van deze voorwerpen in strijd is met het algemeen belang en/of de wet en dat de geldautomaten kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot belemmering van de opsporing daarvan.
Het hof heeft ten laste van de verdachte bewezenverklaard dat
‘1.
hij op 11 mei 2016 in de gemeente [geboorteplaats] tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [a-straat 1] ) 21,8887 kilogram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;
2.
hij op 11 mei 2016 in de gemeente [geboorteplaats] een vuurwapen van categorie III sub 1, te weten een pistool (merk Crvena Zastava), zijnde voornoemd pistool een vuurwapen in de vorm van een pistool niet vallende onder de categorie II sub 2, 3 of 6
en munitie van categorie III, te weten 14 patronen (kaliber 9 mm) en 42 patronen (kaliber 7.65 mm), voorhanden heeft gehad;
4.
hij op 11 mei 2016 in de gemeente [geboorteplaats] tezamen en in vereniging met een ander 2 busjes pepperspray, zijnde voorwerpen bestemd voor het treffen van personen met een giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft gehad.’
6. Het arrest houdt inzake de onttrekking aan het verkeer het volgende in.

Beslag
De hierna te noemen inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven busjes pepperspray zoals genoemd op de beslaglijst onder 16 en 17, met betrekking tot welke het onder 2 bewezenverklaarde is begaan, dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.
De inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven weegschaal, geldautomaten en een tas en een patroonhouder, genoemd op de beslaglijst onder respectievelijk 2, 3, 4, 5 en 18, zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer, nu deze bij gelegenheid van het onderzoek naar de door de verdachte begane misdrijven werden aangetroffen en deze voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke misdrijven, terwijl zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en/of de wet.
(…)

BESLISSING

Het hof:
(…)
beveelt de
onttrekking aan het verkeervan de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:
- een weegschaal (goednummer 788531);
- een tas (goednummer 785203);
- twee geldautomaten (goednummers 788514 en 788514A)
- twee busjes traangas (goednummer 788586 en 788588);
- een patroonhouder (goednummer 789011);’
7. De artikelen 36c en 36d Sr luiden als volgt:

Artikel 36c:

‘Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn alle voorwerpen:
1°. die geheel of grotendeels door middel van of uit de baten van het feit zijn verkregen;

5.°. die tot het begaan van het feit zijn vervaardigd of bestemd;

een en ander voor zover zij van zodanige aard zijn, dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.’

Artikel 36d:

‘Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn bovendien de aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, welke bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen, doch alleen indien de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten, dan wel tot de belemmering van de opsporing daarvan.’
8. Uit beide artikelen volgt dat onttrekking aan het verkeer van voorwerpen slechts mogelijk is voor zover zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.
9. Met de steller van het middel meen ik dat het ongecontroleerd bezit van weegschalen, geldautomaten en tassen niet in strijd is met de wet of met het algemeen belang. [1] Dat kan anders liggen als deze voorwerpen onderdeel uitmaken van een gezamenlijkheid van voorwerpen waarvan het ongecontroleerd bezit in strijd is met het algemeen belang, maar dat is door het hof niet vastgesteld. [2]
10. Met de steller van het middel meen ik voorts dat zonder nadere uitleg, die ontbreekt, niet valt in te zien dat geldautomaten kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten als door het hof bewezen zijn verklaard.
11. Het middel slaagt. Naar het mij voorkomt kan Uw Raad de zaak zelf afdoen. [3]
12. Ambtshalve merk ik op dat Uw Raad arrest zal wijzen nadat meer dan twee jaren verstreken zijn nadat het cassatieberoep is ingesteld. Dat dient tot strafvermindering te leiden. [4] Voor het overige heb ik geen gronden aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoren te geven.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van het bestreden arrest, doch uitsluitend voor zover daarin de onttrekking aan het verkeer is bevolen van een weegschaal, een tas en twee geldautomaten, en wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf, tot vermindering daarvan aan de hand van de gebruikelijke maatstaf, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG

Voetnoten

1.Vgl. bijvoorbeeld HR 3 oktober 2023, ECLI:NL:HR:2023:1308; HR 6 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1815,
2.Vgl. HR 12 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ2488; HR 25 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:773.
3.Vgl. HR 3 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1115.
4.HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578,