Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
6.Beslissing
15 juni 2021.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze strafzaak ging het om poging tot doodslag op de vriend van de zus van verdachte en poging tot moord op zijn zus. De verdediging verzocht om het horen van getuigen en een deskundige over de vraag of sprake was van eerwraak, maar deze verzoeken werden door het hof afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan noodzaak.
De benadeelde partij, de vriend, vorderde immateriële schadevergoeding wegens shockschade, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze schadevergoeding uitsluitend gebaseerd was op de poging tot doodslag en niet op shockschade door het waarnemen van de poging tot moord. De zus vorderde materiële schadevergoeding voor beschadigde kleding en een kapotte telefoon. Het hof kende een hoger bedrag toe dan aanvankelijk gevorderd, maar de Hoge Raad corrigeerde dit en matigde de vergoeding voor kleding op 75% van de aanschafwaarde.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest voor zover het de hoogte van de materiële schadevergoeding betrof en stelde zelf een lager bedrag vast. Verder werden de schadevergoedingsmaatregel en de duur van de gijzeling verminderd. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: Hoge Raad wijst verzoeken tot horen getuigen en deskundige af en matigt materiële schadevergoeding kleding tot 75% van aanschafwaarde.