Uitspraak
wonende te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
gevestigd te [woonplaats],
wonende te [woonplaats],
2.Beantwoording van de prejudiciële vragen
3.Beslissing
18 juni 2021.
Hoge Raad
Deze prejudiciële beslissing van de Hoge Raad betreft de vraag of verzoeken tot ontslag van een curator, bewindvoerder of mentor en de benoeming van een opvolger onder de reikwijdte van art. 798 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering vallen.
De procedure vloeit voort uit een geschil tussen familieleden over de bewindvoering en het mentorschap van een moeder. De kantonrechter stelde een bewindvoerder en mentor aan, waarna verzoekster, een dochter, hoger beroep instelde tegen de benoemingen en het ontbreken van haar rol als belanghebbende in eerste aanleg.
Het hof stelde prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over de uitleg van art. 798 lid 2 Rv Pro, met name of ontslagprocedures onder 'zaken van curatele, onderbewindstelling of mentorschap' vallen en wie als belanghebbenden moeten worden beschouwd.
De Hoge Raad oordeelt dat sinds de wetswijzigingen van 2014 procedures over ontslag en benoeming van beschermingsmaatregelhouders wel degelijk onder art. 798 lid 2 Rv Pro vallen. Dit betekent dat naast de rechthebbende ook diens familieleden als belanghebbenden moeten worden betrokken, ook als zij niet zelf verzoeker zijn. De overige prejudiciële vragen worden ontkennend beantwoord.
Deze beslissing verduidelijkt de reikwijdte van art. 798 lid 2 Rv Pro en versterkt de positie van familieleden in procedures rond beschermingsmaatregelen.
Uitkomst: Procedures over ontslag van curator, bewindvoerder of mentor vallen onder art. 798 lid 2 Rv, waardoor familieleden als belanghebbenden moeten worden betrokken.