ECLI:NL:HR:2021:955
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing bedrijfsopvolgingsregeling bij projectontwikkeling en verhuur onroerend goed
Belanghebbende erfde certificaten van aandelen in vennootschappen die zich bezighouden met projectontwikkeling en verhuur van onroerende zaken. Het Hof Amsterdam oordeelde dat de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR) alleen van toepassing is op het vermogen toe te rekenen aan projectontwikkelingsactiviteiten, omdat verhuuractiviteiten niet als materiële onderneming kwalificeren.
De Hoge Raad bevestigt dat het Hof terecht heeft geoordeeld dat projectontwikkeling en verhuur niet samen één onderneming vormen en dat verhuuractiviteiten niet voldoen aan de arbeid-plus-toets, maar vernietigt het arrest vanwege onvoldoende motivering over de toerekening van bepaalde panden aan projectontwikkelingsactiviteiten.
De zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor nader onderzoek naar welke panden redelijkerwijs aan projectontwikkeling kunnen worden toegerekend. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van het cassatieberoep.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor nader onderzoek naar toerekening van panden aan projectontwikkeling.