Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
29 juni 2021.
Hoge Raad
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld voor het besturen van een personenauto tijdens een geldige rijontzegging op 30 oktober 2014 te Oldebroek. Het hof Arnhem-Leeuwarden wees het verzoek van de verdediging af om de verbalisant als getuige te horen, omdat het proces-verbaal voldoende duidelijk was en de verklaring van de verdachte onvoldoende onderbouwd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het verzoek tot het horen van de verbalisant werd afgewezen, terwijl de verklaring van de verbalisant belastend was en de verdediging het ondervragingsrecht niet heeft kunnen uitoefenen. De Hoge Raad verwijst naar zijn eerdere jurisprudentie (HR:2021:576) en het arrest Keskin van het EHRM, waarin het belang van het ondervragingsrecht en het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM Pro) wordt benadrukt.
De Hoge Raad stelt dat het hof niet heeft onderzocht of de procedure in haar geheel voldoet aan het recht op een eerlijk proces en vernietigt het arrest. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Arnhem-Leeuwarden voor een nieuwe berechting waarbij het ondervragingsrecht van de verdediging wordt gewaarborgd.
De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige motivering bij het afwijzen van getuigenverzoeken en de bescherming van het recht op een eerlijk proces in strafzaken.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug wegens onvoldoende motivering afwijzing getuigenverzoek en schending recht op eerlijk proces.