ECLI:NL:HR:2022:1029

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juli 2022
Publicatiedatum
6 juli 2022
Zaaknummer
21/00190
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROWet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in poging tot doodslag zaak

De zaak betreft een poging tot doodslag gepleegd in 2018 te Beverwijk. De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld, waarna hij in cassatie ging bij de Hoge Raad. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op een verweer tot bewijsuitsluiting vanwege vermeend verzuim bij DNA-onderzoek, een verzoek tot het horen van een verbalisant dat in hoger beroep voorwaardelijk werd afgewezen, en een bewijsklacht met betrekking tot het opzet van de verdachte.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. Volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de klachten in te gaan, omdat deze geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten.

Het arrest is uitgesproken op 5 juli 2022 door de strafkamer van de Hoge Raad, waarbij de vice-president V. van den Brink als voorzitter en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers het arrest hebben gewezen. Het cassatieberoep is verworpen, waarmee het arrest van het gerechtshof Amsterdam in stand blijft.

Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen, arrest gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00190
Datum5 juli 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 19 januari 2021, nummer 23-000095-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1958,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M. Berndsen, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
5 juli 2022.