Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Bewezenverklaring en bewijsvoering van de feiten 1 en 3
3.Beoordeling van het eerste en het tweede cassatiemiddel
a) die feiten of omstandigheden aan te duiden, en
b) het wettige bewijsmiddel aan te geven waaraan die feiten of omstandigheden zijn ontleend. (Vgl. HR 24 juni 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF7985.)
Het hof heeft voor het onder 3 bewezenverklaarde onder meer van belang geacht dat de medeverdachte [medeverdachte 1] tijdens de vergaderingen van de Raad van Commissarissen van [A] geen melding heeft gemaakt van de geschetste wijze waarop ter zake van het project [b-straat] is onderhandeld met de [medeverdachte 2] , medeverdachte [medeverdachte 1] er bij de Raad van Commissarissen geen melding van heeft gemaakt dat de prijs van de aandelen door hem eenzijdig op een veel hoger niveau was gesteld dan eerder was berekend als redelijk, en niet is gebleken dat de aanvullende samenwerkingsovereenkomst ter goedkeuring aan de Raad van Commissarissen is voorgelegd.
4.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen
5.Beslissing
1 februari 2022.